Afdichtingsmiddelen verwerking

1. Voegopvulling

Bij voegen die werking opvangen moeten de dimensies aangepast zijn aan de maximale bewegingsopname. De voeg moet over een minimale dwarsdoorsnede van 3×5 mm beschikken. Bij voegen met een geringe complete vervorming (5%) is er ook een driehoeksvoeg mogelijk. Omdat er geen universele silicone bestaat, moet er per object besloten worden, welk systeem gebruikt wordt (het testen van de hechting is aan te raden). Ondergronden moeten draagkrachtig, droog, stof-, vetvrij zijn. Indien nodig moet de ondergronden zorgvuldig worden voorbehandeld met primer. Er moet gecontroleerd worden of het afdichtingsmiddel compatibel is met de ondergrond. Teer- en bitumenhoudende ondergronden zijn wat de hechting betreft niet geschikt.

2. Afplakken van de voegranden

Plak de voegranden exact aan beide zijden af met afplaktape. Druk de tape goed aan.

3. Primer

Bij een slechte hechting moet de ondergrond met een primer worden behandeld. Kies de primer overeenkomstig de primertabel. Er wordt een extra hechtingstest aangeraden. Hechtmiddel goed doorroeren of schudden. Breng onverdund met een kwast of een doek op de gereinigde en droge silicone hechtvlakken aan. Bescherm behandelde oppervlakken tegen vocht en stof. Na een voldoende lange ventilatietijd (zie het betreffende etiket) kan het afdichtingsmiddel worden aangebracht. Hechtmiddelen vormen een laag en kunnen na uitharding niet meer worden verwijderd. Ga voorzichtig te werk om verontreinigingen (gele verkleuringen, vlekken) te voorkomen. Pas op bij ondergronden die gevoelig zijn voor oplosmiddelen, zoals gepoedercoate oppervlakken, sanitaire kunststoffen, piepschuim, etc.

4. Profielen bij te diepe voegen

In de meeste gevallen zijn de voegen in het bouwwerk veel dieper dan nodig is en daardoor ongeschikt voor een functionele afdichting. Uitzettingsvoegen in de bouw moeten volgens DIN 18540 worden uitgevoerd. Ramsauer Rundprofil met gesloten celstructuur voldoet aan deze DIN. Als vulling vooraf moet het product over verschillende eigenschappen beschikken: het moet een drieflankse hechting voorkomen, mag het afdichtingsmiddel niet aantasten en mag geen water absorberen. Het ronde koord moet passend bij de voegbreedte gekozen worden en in de voeg geplaatst worden. Bij het plaatsen van de profielen in de voegen moet erop worden gelet dat het profiel ca. 25 % wordt samengedrukt (voor een veilige bevestiging). Het aanbrengen van het koord mag niet met een scherp voorwerp plaatsvinden, anders wordt het oppervlak beschadigd (risico op vorming van luchtbellen).

5. + 6. Koker openen

Open de koker (snijd de plastic nippel aan de bovenzijde weg) en snijd de spuitmond, afhankelijk van de voegbreedte, schuin af.

7. Aanbrengen van het afdichtingsmiddel

Het afdichtingsmiddel moet binnen de toegestane verwerkingstijd gelijkmatig en zonder luchtbellen in de voeg aangebracht worden.

8. Afwerking

Zorg tijdens de afwerking voor een goed contact met de ondergrond/voegvlanken. Bij het gebruik van gladstrijkmiddelen moeten eventuele waterstrepen direct na de verzegeling worden verwijderd. Wanneer de strepen pas op een later tijdstip worden verwijderd, kunnen ze permanent zichtbaar blijven. Het gebruik van afwasmiddel als gladstrijkmiddel kan problemen opleveren, omdat deze tegenwoordig chemicaliën als additieven bevatten. Deze kunnen een verkleuring resp. vernietiging van het afdichtingsoppervlak verzoorzaken.

9. Gladstrijken

Het is essentieel om ervoor te zorgen dat er geen gladstrijkmiddel in de nog niet met kit gevulde voeg loopt. De hechting van de nadien aangebrachte kit wordt hierdoor verstoord of zelfs verhinderd.

Wij adviseren onze gladstrijkmiddelen ‘Sanitär 505’ of ‘Spezial 506’. Helaas worden voegen vaak nog gladgestreken met de vinger. Vanwege technische en hygiënische nadelen moet echter altijd een geschikt gereedschap worden gebruikt (spatel, Fugenprofi, Fugenfux, Glättfix,….). Zorg ervoor dat de tape wordt verwijderd voordat er een huid wordt gevormd.

10. Onderhoud

Onderhoud van elastische voegen die met een spuitbare afdichtingskit zijn afgedicht: Voegen moeten regelmatig gecontroleerd worden en eventueel worden hersteld. Wanneer er geen gebreken zichtbaar zijn, is er geen onderhoud vereist. Als gevolg van de elektrostatische lading van siliconenkitten trekt het siliconenoppervlak stof en vuil aan. De voeg moet beslist vochtig gereinigd worden. Door een droge reiniging kan er het zogenaamde ‘gumeffect’ optreden, waarbij deeltjes van het siliconenoppervlak worden afgewreven. In de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen (let op bestendigheid tegen chemicaliën!) kunnen gebruikt worden. Overmatige mechanische of chemische belasting, incompatibiliteit met de ondergrond of ontoereikende verwerking kunnen leiden tot defecten zoals onthechting van de ondergrond, lengte- of dwarsscheuren in het materiaal, optische gebreken, enz. Deze gebreken moeten zo snel mogelijk vakkundig gerepareerd worden.